Standpunt werkelijk rendement en overlijden

Standpunt werkelijk rendement en overlijden

Gegevens

Nummer
2025/837
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Auteur
Redactie
Rubriek
Overig

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze het werkelijke rendement van bezittingen en schulden bij een erflater en bij erfgenamen wordt bepaald in het jaar van overlijden van de erflater.


Onder de Wet tegenbewijsregeling box 3 kan een belastingplichtige aannemelijk maken dat het werkelijke rendement van bezittingen en schulden in een kalenderjaar lager is dan het op forfaitaire wijze berekende voordeel uit sparen en beleggen. Over de fiscale uitwerking van de tegenbewijsregeling komen diverse vragen op, zoals de vraag hoe de tegenbewijsregeling werkt als de belastingplichtige gedurende het jaar komt te overlijden.

Vraag Op welke wijze wordt het werkelijke rendement van bezittingen en schulden bij een erflater en bij erfgenamen bepaald in het jaar van overlijden van de erflater?

Antwoord Voor de bepaling van de reguliere voordelen en de vermogensaanwas bij de erflater wordt enkel rekening gehouden met de bezittingen en schulden in de periode van 1 januari tot en met de overlijdensdatum. Reguliere voordelen en vermogensmutaties in de periode van de overlijdensdatum tot het einde van het kalenderjaar tellen zodoende niet mee voor de berekening van het werkelijke rendement van de erflater.
Ondanks dat deze bezittingen en schulden uit de nalatenschap niet behoren tot de rendementsgrondslag van de erfgenamen aan het begin van het kalenderjaar waarin de erflater is komen te overlijden, tellen de reguliere voordelen en vermogensaanwas van deze bezittingen en schulden over de periode van de overlijdensdatum tot het einde van het kalenderjaar mee voor de berekening van het werkelijke rendement bij de erfgenamen als zij een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Bron: Belastingdienst, 04-08-2025, kennisgroepstandpunt nr. KG:202:2025:11
Wet: art. 5.1, 5.2, 5.3, 5.25, 5.26, 5.27,5.28, 5.33 Wet IB 2001