Geen giftenaftrek voor waardeloze converteerbare obligatie

Geen giftenaftrek voor waardeloze converteerbare obligatie

Gegevens

Nummer
2026/459
Publicatiedatum
3 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:1529
Rubriek
Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de converteerbare obligatie ten tijde van de giften geen waarde had, zodat de periodieke giftenaftrek terecht is geweigerd.


Een vrouw brengt in haar aangiften IB/PVV over 2019, 2020 en 2021 respectievelijk € 23.000, € 45.000 en € 35.000 aan periodieke giften in aftrek. Dit is haar aandeel in een jaarlijkse verstrekking van € 200.000 in waardepapieren aan een ANBI-stichting, die zij samen met haar echtgenoot doet. De waardepapieren bestaan uit een converteerbare obligatie die de echtgenoot heeft ontvangen van een bv in ruil voor een bijdrage van € 100.000. De obligatie geeft recht op aandelen in een te beursnoteren vennootschap. De inspecteur weigert de giftenaftrek voor alle drie de jaren. In geschil is of de converteerbare obligatie waarde had.

Geschonken obligatie had geen waarde Voor de giftenaftrek geldt de waarde in het economische verkeer als maatstaf. De vrouw beroept zich op een taxatierapport, maar dat rapport ziet op de aandelen in een andere bv dan de vennootschap waarop de obligatie betrekking heeft. Uit de aangifte vennootschapsbelasting 2020 van die vennootschap blijkt bovendien dat zij eind 2020 een negatief eigen vermogen had en niet over liquide middelen beschikte. Bij het sluiten van de schenkingsovereenkomst in december 2019 was die vennootschap nog niet eens opgericht. De rechten in de overeenkomst zijn vaag omschreven en een beursgang – waarvan de waarde van de obligatie grotendeels afhangt – heeft niet plaatsgevonden en is ook niet concreet in zicht. De converteerbare obligatie had daarmee een waarde van nihil. De giftenaftrek is terecht geweigerd. Omdat de obligatie in 2021 ten onrechte in box 3 was opgenomen, wordt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen voor dat jaar verminderd.

Bron: Rb. Noord-Holland 09-02-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1529
Wet: art. 6.32 en 6.34 Wet IB 2001