Verkoop 50% springpaard is levering, nultarief geldt niet

Verkoop 50% springpaard is levering, nultarief geldt niet

Gegevens

Nummer
2026/470
Publicatiedatum
8 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:396
Rubriek
Uitspraak

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de verkoop van 50% van de eigendom van paarden een levering voor de btw vormt. Het nultarief voor uitvoer is niet van toepassing en de naheffingsaanslag blijft in stand.


Een bv handelt in springpaarden en verkoopt in 2012 telkens 50% van de eigendom van diverse paarden aan afnemers in onder meer België, Zweden en de VS. Zij brengt geen omzetbelasting in rekening. Na een boekenonderzoek legt de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op over 2012, omdat volgens hem sprake is van belaste leveringen waarop het nultarief niet van toepassing is. De rechtbank vermindert de aanslag deels. Zowel de bv als de inspecteur gaan in hoger beroep. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Overdracht beschikkingsmacht is levering Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de verkoop van 50% van de civielrechtelijke eigendom van een paard kwalificeert als een levering in de zin van de Wet OB 1968. Doorslaggevend is dat de macht om als eigenaar over het paard te beschikken (gedeeltelijk) wordt overgedragen. Dat die macht daarna gezamenlijk bij verkoper en koper berust, doet daar niet aan af. Het hof benadrukt dat het btw-begrip ‘levering’ niet afhankelijk is van civielrechtelijke eigendomsoverdracht, maar van de feitelijke beschikkingsmacht.

Geen nultarief Het nultarief voor uitvoer is niet van toepassing, omdat geen sprake is van het vervoer of de uitvoer van een goed, maar van een overdracht van rechten. Dat afnemers in het buitenland zijn gevestigd, maakt dit niet anders. Verder corrigeert het hof de rechtbank: ondanks een rekenfout van de inspecteur is de naheffingsaanslag niet te hoog vastgesteld, zodat deze volledig in stand blijft. Het hoger beroep van de bv is ongegrond en dat van de inspecteur slaagt.

Bron: Hof Den Bosch, 18-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:396
Wet: art. 3 Wet OB 1968