Termijn belastingrente erfbelasting volgens wettekst leidend

Termijn belastingrente erfbelasting volgens wettekst leidend

Gegevens

Nummer
2026/471
Publicatiedatum
8 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6245
Rubriek
Uitspraak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de duidelijke wettekst van artikel 30g AWR leidend is bij de uitleg van de termijn voor belastingrente. Een verzoek om een voorlopige aanslag dat tijdig volgens die tekst is ingediend, voorkomt belastingrente.


Een vrouw erft in 2023 samen met haar zus van een erflaatster. De inspecteur nodigt haar uit om vóór 13 januari 2024 aangifte erfbelasting te doen. Op 26 januari 2024 verzoekt haar gemachtigde om een voorlopige aanslag, die de inspecteur op 21 februari 2024 oplegt. Daarbij brengt de inspecteur € 4.211 aan belastingrente in rekening. Volgens de vrouw is dit onterecht, omdat haar verzoek binnen de wettelijke termijn is gedaan. De inspecteur stelt juist dat het verzoek te laat is ingediend. In geschil is hoe de termijn in artikel 30g, vierde lid, AWR moet worden uitgelegd.

Uitleg termijn volgens wettekst Rechtbank Den Haag stelt voorop dat de tekst van artikel 30g, vierde lid, AWR duidelijk is: geen belastingrente wordt berekend als het verzoek is ontvangen vóór de eerste dag van de negende maand na het overlijden. Volgens de rechtbank betekent dit de eerste dag van de negende maand ná de maand van overlijden, en niet – zoals de inspecteur stelt – acht maanden na het overlijden. De rechtbank benadrukt dat de wetgever bewust andere bewoordingen gebruikt dan in art. 45 SW. Daarom is er geen reden om van de letterlijke tekst af te wijken.

Parlementaire toelichting niet doorslaggevend De inspecteur beroept zich op de parlementaire toelichting, waarin wordt gesuggereerd dat aansluiting is gezocht bij de aangiftetermijn van acht maanden. De rechtbank vindt deze toelichting echter niet eenduidig en acht die onvoldoende om af te wijken van de duidelijke wettekst. Omdat de vrouw haar verzoek tijdig heeft ingediend volgens die tekst, is ten onrechte belastingrente berekend. Het beroep is gegrond en de beschikking belastingrente wordt vernietigd.

Bron: Rb. Den Haag, 23-01-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:6245
Wet: art. 30g AWR en art. 45 SW