Standpunt bonusaandelen en teruggaaf dividendbelasting

Standpunt bonusaandelen en teruggaaf dividendbelasting

Gegevens

Nummer
2026/580
Publicatiedatum
8 mei 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Overig

De Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting heeft de vraag beantwoord of een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon op grond van artikel 10a Wet DB 1965 recht op teruggaaf heeft van de ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting.


Een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon houdt 100% van de aandelen in een feitelijk in Nederland gevestigde vennootschap. De vennootschap reikt bonusaandelen uit ten laste van de winstreserves. Op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de dividendbelasting 1965 is sprake van een opbrengst en wordt in het kalenderjaar 15% dividendbelasting ingehouden. De uitreiking van bonusaandelen wordt op grond van artikel 4.13, derde lid, juncto artikel 7.5, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) niet als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang aangemerkt en vormt daarom geen belastbaar inkomen in hetzelfde kalenderjaar.
Omdat de geheven dividendbelasting geen betrekking heeft op een bestanddeel van het verzamelinkomen als bedoeld in artikel 9.2, achtste lid, Wet IB 2001, kan de dividendbelasting niet als voorheffing worden verrekend. In de woonstaat van de natuurlijk persoon vindt daarnaast op basis van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting ook geen volledige verrekening plaats van de geheven dividendbelasting. De in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon verzoekt daarom om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting op grond van artikel 10a Wet DB 1965.

Vraag Heeft een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon op grond van artikel 10a Wet DB 1965 recht op teruggaaf van de ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting?

Antwoord Ja, een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon heeft recht op teruggaaf van de ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel c, Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting, mits aan alle voorwaarden van artikel 10a Wet DB 1965 wordt voldaan.

Bron: Belastingdienst, kennisgroepstandpunt nr. KG:024:2026:1
Wet: art. 3 lid 1 onderdeel c en art. 10a Wet DB 1965, art. 4.13 lid 3, art. 7.5 lid 1 en art. 9.2 lid 8 Wet IB 2001