Belastingrente Vpb verlaagd door arrest over 8%-tarief

Belastingrente Vpb verlaagd door arrest over 8%-tarief

Gegevens

Nummer
2026/584
Publicatiedatum
11 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2756
Rubriek
Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland vermindert de rentebeschikking vennootschapsbelasting 2018, omdat het gehanteerde percentage van 8% over de periode 1 januari 2022 tot en met 13 mei 2023 in strijd is met een recent arrest van de Hoge Raad. Partijen zijn het eens over de uitkomst.


Een bv doet op 6 oktober 2020 aangifte vennootschapsbelasting voor boekjaar 2018 naar een belastbaar bedrag van € 9.935.452. De inspecteur legt op 1 april 2023 een aanslag op naar een belastbaar bedrag van € 14.250.011, met een rentebeschikking van € 251.239. Na bezwaar wordt de aanslag verminderd naar € 10.788.630 en de belastingrente naar € 49.681. Vervolgens wordt de rentebeschikking ambtshalve verder verminderd tot € 35.336, naar aanleiding van een eerder arrest van de Hoge Raad. In geschil blijft de vraag of de rentebeschikking tot het juiste bedrag is vastgesteld, meer specifiek of het gehanteerde percentage van 8% over de periode 1 januari 2022 tot en met 13 mei 2023 correct is.

HR-arrest 2026 geeft doorslag Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) verklaart rechtbank Noord-Holland het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen het percentage van 8%. Partijen zijn het er over eens dat voor die periode de algemene regel van art. 1, aanhef en letter a, van het Besluit belasting- en invorderingsrente moet worden toegepast in plaats van de specifieke vpb-regel van letter b. Dit leidt ertoe dat de rentebeschikking wordt vastgesteld op € 23.627.

Bron: Rb. Noord-Holland, 16-03-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2756
Wet: art. 30hb AWR