Standpunt niet-toegankelijke cryptovaluta en box 3

Standpunt niet-toegankelijke cryptovaluta en box 3

Gegevens

Nummer
2026/591
Publicatiedatum
12 mei 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Overig

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de vraag of cryptovaluta waartoe de belastingplichtige geen toegang (meer) heeft een bezitting vormen in box 3.


Belastingplichtige heeft in enig jaar cryptovaluta aangekocht dan wel van een derde ontvangen op zijn eigen crypto-adres (en houdt dit saldo dus niet aan bij een online crypto-exchange). In de openbare blockchain is de ontvangst van deze cryptovaluta voor iedereen zichtbaar. De voor een latere overdracht van de crypto benodigde private key bewaart hij zelf.
In een later jaar geeft hij op de peildatum voor box 3 de waarde van zijn cryptovaluta niet meer aan in de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, omdat hij geen toegang meer heeft tot zijn cryptovaluta. Belastingplichtige stelt dat hij zijn private key kwijt is en niet (meer) over een seed phrase beschikt. De inspecteur acht dat in deze casus aannemelijk.
NB: Op de belastingplichtige rust de bewijslast om te stellen en aan te tonen dat hij geen toegang meer heeft tot de betreffende cryptovaluta. Hoe aan de bewijslast kan worden voldaan, hangt sterk samen met de feiten en omstandigheden van het individuele geval en valt daarom buiten het bereik van dit standpunt.

Vragen

  1. Vormen cryptovaluta, waartoe belastingplichtige geen toegang (meer) heeft, een bezitting in de zin van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet IB 2001?

  2. Wat zijn de fiscale gevolgen als belastingplichtige later weer toegang krijgt tot de cryptovaluta?

Antwoorden

  1. Ja, cryptovaluta waartoe belastingplichtige geen toegang meer heeft, blijven in het bezit van belastingplichtige en kwalificeren als een bezitting als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, Wet IB 2001. Wanneer belastingplichtige geen toegang (meer) heeft tot de cryptovaluta, kunnen de cryptovaluta niet langer worden ingezet als ruilmiddel. Als belastingplichtige aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang meer heeft tot zijn cryptovaluta, wordt de waarde van de cryptovaluta gesteld op de prijs die de meest gegadigde marktpartij bereid is te betalen voor de cryptovaluta (bijvoorbeeld omdat wordt gespeculeerd op het terugvinden van de pincode van een hardware wallet). De waarde wordt naar objectieve maatstaven bepaald. Wanneer geen partij bereid is om de cryptovaluta voor een prijs over te nemen, kan de waarde van de niet-toegankelijke cryptovaluta worden gesteld op nihil.  

  2. De peildatumsystematiek brengt met zich dat op de peildatum wordt beoordeeld of belastingplichtige een bezitting heeft en zo ja wat de waarde daarvan is. Als de belastingplichtige in latere jaren weer toegang heeft tot zijn cryptovaluta zal dit in beginsel geen effect op hebben op de waarde van de cryptovaluta op een voorgaande peildatum. Dit kan anders zijn indien achteraf blijkt dat een belastingplichtige op die peildatum wel toegang had of kon krijgen tot de cryptovaluta of een derde destijds bereid zou zijn om (meer) voor de cryptovaluta te betalen.

Bron: Belastingdienst, kennisgroepstandpunt nr. KG:202:2026:5
Wet: art. 5.3 Wet IB 2001