Vermindering box 3-aanslag is voldoende rechtsherstel

Vermindering box 3-aanslag is voldoende rechtsherstel

Gegevens

Nummer
2026/435
Publicatiedatum
27 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:325
Rubriek
Uitspraak

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de vermindering van een box 3-aanslag voldoende rechtsherstel biedt als de wettelijke rente de belastingvermindering niet overschrijdt. Een afzonderlijke rentevergoeding is dan niet op zijn plaats.


Aan een belastingplichtige is een aanslag IB/PVV voor het jaar 2018 opgelegd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil. De vermindering bedraagt € 4.642. Daarnaast heeft de rechtbank de inspecteur veroordeeld tot het betalen van een vergoeding van wettelijke rente over de periode tussen de datum van betaling van de in strijd met het EVRM geheven box 3-heffing en de datum van terugbetaling daarvan. De inspecteur stelt in hoger beroep dat de rentevergoeding ten onrechte is toegekend.

Rentevergoeding terecht vernietigd Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:756). Daarin oordeelde de Hoge Raad dat als regel geldt dat een vermindering van de aanslag passend en voldoende rechtsherstel biedt, ook zonder rentevergoeding. Een uitzondering is alleen mogelijk als de wettelijke rente over de belastingvermindering meer bedraagt dan de belastingvermindering zelf. Het hof stelt vast dat de wettelijke rente over € 4.642, gerekend vanaf de betaling, de belastingvermindering niet heeft kunnen overschrijden. Daarmee is de vermindering van de aanslag voldoende rechtsherstel en bestaat geen aanleiding voor een afzonderlijke rentevergoeding.

Bron: Hof Den Bosch, 11-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:325
Wet: art. 1 EP EVRM en art. 5.2 Wet IB 2001