BelastingZaken 2012, afl. 1 - Tegenbewijs moet mogelijkheid zijn
Aflevering 1, gepubliceerd op 26-01-2012 geschreven door Remco LatourAls iemand een auto gebruikt waarvan het kenteken is geschorst, mag de Belastingdienst hem een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opleggen. Bij deze naheffingsaanslag berekent de fiscus in beginsel de MRB over een forfaitaire periode van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden. Het tijdvak waarin iemand is betrapt op het gebruik van de auto vormt daarbij het laatste tijdvak. Als de schorsingsperiode korter is dan vier aaneensluitende tijdvakken, heft de fiscus per saldo alleen na over de schorsingsperiode. De huidige wet geeft de belastingplichtige geen mogelijkheid om te bewijzen dat hij de auto heeft gebruikt voor een periode die in werkelijkheid korter was dan de forfaitaire periode of de schorsingsperiode. Een man had het kenteken van zijn auto laten schorsen voor een periode van bijna acht maanden. Kort voor het einde van deze periode betrapte de fiscus de man op gebruik van deze auto. Hoewel de man kon aantonen dat hij tijdens vijf van de acht maanden niet over zijn auto kon beschikken, moest hij toch een naheffingsaanslag betalen over de volle schorsingsperiode. Toen de man in beroep ging bij Hof Den Bosch, oordeelde de rechter dat het ontbreken van een tegenbewijsregeling in strijd is met het EVRM. Het hof vond dat de wet een dergelijke regeling moest bevatten en dat de fiscus alleen MRB mocht naheffen over dat deel van de schorsingsperiode waarin de auto gebruikt kon zijn. Het hof verminderde daarom de naheffingsaanslag.