BelastingZaken 2014, afl. 2 - Windmolens
Aflevering 2, gepubliceerd op 20-02-2014 geschreven door Philip RuysIn Medemblik staat een 200 meter hoge windmolen. De grootste windmolen van Europa draagt de curieuze naam 'De Ambtenaar'. Deze Ambtenaar bezorgt omwonenden naast horizonvervuiling de nodige geluidsoverlast. De naam van het ding is behalve curieus ook wrang, want juist ambtenaren en gemeentebestuurders lijken niet goed te hebben opgelet bij het verlenen van de vergunning. Ze hadden namelijk niet in de gaten dat hij zo groot zou worden... Een van de eigenaren (voor 15%) van de molen is oud-ABN Amro-topman Rijkman Groenink. Hij verdient naar eigen zeggen in drie jaar een groot deel van het aankoopbedrag terug. Dat komt doordat hij deze milieu-investering versneld mag afschrijven; een regeling waarvan veel ondernemers de afgelopen jaren hebben kunnen profiteren. Het fiscale verlies dat daardoor ontstond, mocht hij verrekenen met de belasting die hij heeft betaald over de winst op zijn aandelen in de ABN Amro bank, welke hij in 2007 heeft verkocht. Dit alles is voor De Volkskrant aanleiding geweest voor een publicatie in de zaterdageditie van 8 februari jl. Groenink wordt, met een gering aantal minder bekende mede-investeerders (de overigen zijn kennelijk helemaal niet bekend en dus niet het noemen waard), gepresenteerd in een nogal suggestief artikel over de extreme fiscale voordelen die de wetgever bij dit soort investeringen mogelijk heeft gemaakt. Groenink heeft in zoverre niets verkeerd gedaan. Zo gaan die dingen; de overheid verzint een regeling, in dit geval onder meer om milieu-investeringen te stimuleren. Vervolgens gaan adviseurs op zoek naar mensen die daar gebruik van kunnen maken en proberen een investering los te krijgen. Zonder dat geld komt de windmolen er namelijk niet. Maar als dat dan een bekende Nederlander blijkt te zijn, die ook al eerder in verband is gebracht met 'graaicultuur', dan heb je als journalist een goed verhaal. Bij gebrek aan nieuws. De werkelijke vraag is of we dit soort regelingen in Nederland wel nodig hebben en of we moeten willen dat er op deze manier gebruik van wordt gemaakt. Dat is aan de overheid, maar daar letten ze, zoals eerder opgemerkt, niet altijd goed op.